‘Hes durft het aan met Reining’ (Dagblad van het Noorden)

‘Hes durft het aan met Reining’ (Dagblad van het Noorden)

(uit Dvhn 11-8-2014)

HOOGEZAND De noordelijke transportsector is de voorbije jaren nou niet bepaald het toonbeeld van weelde geweest. En toch durft Gerrit Hes het aan om Reining Transport in Hoogezand over te nemen. ,,Wanneer je de kosten maar goed in de gaten houdt, is er een boterham te verdienen’’, vindt Hes.

Gerrit Hes heeft een roemrijk verleden in de noordelijke transport. Hij was al eens eerder directeur van Reining, was directeur van TLN, zat al bij Broersma, Lubbers en Koopman op de bok en keerde een jaar geleden terug op het oude nest in Hoogezand. Want daar ging het, onder de vlag van Wagenborg, al jaren niet goed. Twee maanden geleden vertrok hij bij Wagenborg; met Reining op zak.

Gerrit Hes steekt geen juichend verhaal af over zijn aanwinst. Hij probeert een zo reëel mogelijk beeld te schetsen van de noordelijke transportsector, die de voorbije decennia flink werd uitgehold. De Bruin, Jonker/ Vos, Broersma, Newexco, Lommerts, Huisman – ze legden stuk voor stuk het loodje. Maar het ene transportbedrijf is het andere niet, stelt Hes. Reining opereert internationaal, Huisman alleen in Nederland om maar wat te noemen. Hes: ,,We hebben in dat internationale werk keuzes gemaakt. Scandinavië en Spanje hebben we laten vallen. We richten ons op Benelux, Duitsland, Frankrijk, Italië, Hongarije en een klein beetje Engeland.’’ Maar ook zijn er keuzes gemaakt ten aanzien van het materiaal. Hes: ,,De laadbak vormt in onze sector het onderscheidend vermogen.’’

 

nieuwe_MAN_1

En dus presenteert hij samen met zijn rechterhand Johan Mak, medeaandeelhouder en schoonzoon van oprichter Bé Reining, een vrachtwagen met huif die voorzien is van nieuwe technieken. Zoals een dak dat gelift kan worden waardoor er meer pallets gestapeld kunnen worden. En een laadvloer van aluminium, wat een hygiënevoordeel oplevert bij voedseltransporten.

Mak, de techneut bij Reining: ,,De nieuwe auto staat nu bij ons voor de deur in Hoogezand, maar daarna willen we ’m acht jaar hier niet meer zien. De auto’s zijn vaak in Duitsland en Hongarije en opereren veel vanuit Limburg. Daar hebben we nu het onderhoud geregeld, want een auto moet geen lege kilometers rijden.’’

In Hoogezand staat het hoofdkantoor van Reining, daar zetelen directie en staf en worden de ritten uitgezet. Veel andere taken, zoals het onderhoud, worden elders uitgevoerd. Het zwaartepunt van Reining ligt zelfs in Hongarije, waar 400 van de 480 medewerkers werkzaam zijn.

De auto’s van Reining worden vaak bemand door buitenlandse chauffeurs, veelal afkomstig uit Hongarije en Roemenië. En dat is een heikel thema, zo weet Hes, want de vakbonden vinden dat die groep goedkope krachten de Nederlandse chauffeur verdringt.

Het is nodig omdat de concurrentie ook met goedkopere chauffeurs werkt, legt hij uit. Maar er speelt meer. ,,Historisch gezien zie je dat de grote transportmaatschappijen in die regio’s zittenwaar agro de hoofdmoot van het bestaan is’’, zegt Hes. ,,Dit betekende grote gezinnen en arbeiderspotentieel. Nu liggen die regio’s in Oost-Europa.’’

Hes blikt terug naar de jaren negentig, toen de vakbonden afdwongen dat er ’s weekends niet meer gereden zou worden. ,,Moet je ook niet meer willen. Feitelijk komt de Nederlandse chauffeur amper meer de grens over. Sommigen hebben een vrouw die werkt en moeten af en toe oppassen. De tijd dat een groot contingent Nederlanders in de transport werkt, is voorbij.’’

Noord-Nederland telde tal van grote transportbedrijven. Reining is een van de laatste overgeblevenen. ,,Vroeger had je hier overal distributiecentra’’, weet Hes, ,,maar we zullen het wat verderop moeten zoeken. Koopman heeft 800 chauffeurs, maar als die voor het autotransport alleen in Nederland zouden kijken, dan waren er niet meer dan 200 man. Dit zijn heel brede ontwikkelingen die je op geen enkele manier tegenhoudt.’’

Er komt nu strengere regelgeving. Als de chauffeur de ene week 24 uur rust heeft, moet-ie een week later 45 uur rust. Hes wijst op Frankrijk dat zelfs eist dat chauffeurs in F1-hotels worden ondergebracht en mocht dat niet gebeuren, wacht de transporteur een boete van 30.000 euro. Het is volgens Hes allemaal gericht tegen de zogenoemde ‘Strassen-Nomaden’, de Oost-Europese chauffeurs die vaak als nomaden langs de weg leven; en ter bescherming van diezelfde ‘Strassen-Nomaden’ die anders maar uitgebuit worden en tegelijk uitgespeeld tegen de West-Europese chauffeurs.

© Dagblad van het Noorden   11-08-2014 www.dvhn.nl